Mij was gevraagd een praatje te houden bij de presentatie van de nieuwe Friese roman, Libbe, van Marga Claus. Dus ik ging donderdag 10 oktober 2024 van Koudum naar Leeuwarden, met het openbaar vervoer. Bij het binnenlopen van Kafee De Gouden Leeuw in Tresoar waar de presentatie plaatsvond, speelde Wiebe Kaspers met violiste Isabelle Doodhagen en dat klonk geweldig. Na het openingspraatje van de uitgever mocht ik aan het woord en ik zal dat hieronder samenvatten.

Ik vertelde eerst wat over haar vorige werk en benadrukte daarbij de opbouw van de romans. Wat Marga Claus voor mij een interessante schrijver maakt, is niet zozeer het bedenken van een goed verhaal. Want ze bedenkt, geloof ik, niet zoveel. Ja, een goede plot en verder maakt ze gebruik van bestaande dramatische gebeurtenissen en haalt ze inspiratie uit haar eigen leven. Hoe ze dat doet, dwingt bewondering af. Op creatieve wijze weet ze verhalen tot een roman te maken waarin belangrijke zaken in een mensenleven op een interessante manier worden verteld.
Lees het nieuwe boek maar eens. De roman heeft als titel Libbeen gaat ook over Libbe. Libbe Jongstra om precies te zijn, 92 jaar oud en oud-kassier bij een bank. Op de eerste pagina van het boek krijgt dochter Gryte een telefoontje van de buurvrouw van Libbe. Gryte woont sinds een jaar niet meer in hetzelfde dorp als Libbe, dus de buurvrouw van Libbe past ook een beetje op de oude man. En op deze eerste maandag van december blijven de gordijnen dicht en doet Libbe de deur niet open als buurvrouw aanbelt.

Gryte reageert niet heel snel, maar als de buurvrouw nog eens belt, wordt ze toch ongerust en stapt ze uiteindelijk in de auto. Ondertussen is de lezer aardig wat te weten gekomen over Libbe, maar ook over dochter Gryte. Die vertelt het verhaal in de ik-persoon en is ook hoofdpersoon in deze roman van vader en dochter. De gedachten van Gryte gaan in het boek regelmatig terug naar het verleden. Die terugblikken leveren behoorlijk veel tijdvertraging op en het is het vakmanschap van Marga Claus dat ze die stukken uit het verleden steeds op logische wijze door het verhaal weet te vlechten.
Nog niet zo lang heeft Gryte een nieuwe liefde, Fleur, bij wie ze intrekt. Fleur geeft schrijfcursussen en schrijft zelf ook een boek. Maar Fleur vertelt nooit waarover ze schrijft. Halverwege de roman praten Fleur en Gryte wel over dat boek. Die passage was voor mij aanleiding om te denken dat Libbe misschien wel niet alleen over de geschiedenis van Libbe en Gryte gaat, maar dat er nog een onderliggende laag is. Gaat dit nieuwe boek niet ook over het schrijven van een boek, een autobiografisch boek? Dit boek?
En ik kan zonder alles weg te geven best verklappen dat de laatste hoofdstukken, inclusief de ‘Ferantwurding’, het ‘Neiskrift’ en het motto van de roman uit het Bijbelboek Prediker daar nog een interessante draai aan geven. Er is meer te zeggen over dit nieuwe boek van Marga Claus, maar ik heb ondertussen wel genoeg laten doorschemeren dat ik veel plezier beleefde aan het lezen van Libbe, ook al had ik dat boek toen nog niet eens echt in handen gehad.

Nadat Wiebe & Isabelle weer gespeeld hadden, deed Marga Claus haar verhaal over deze autobiografische roman. Die was al een tijdje af, maar ze wilde het boek niet publiceren zolang haar vader nog leefde, die de inspiratie was voor het personage Libbe. Ze eindigde haar verhaal door het ‘Neiskrift’ van de roman Libbevoor te lezen, hoofdstuk 3 van het Bijbelboek Prediker. Dat begon in de tijd dat ik nog naar de kerk ging met ”Alles heeft zijn uur en ieder ding onder de hemel zijn tijd”. In het Fries in Libbe: “Foar elk ding is in oere / en foar alles ûnder de himel in tiid.”

Aansluitend bezorgden Wiebe en Isabelle mij kippenvel door het spelen van het nummer ‘Turn, turn, turn’, oorspronkelijk een nummer van folkzanger Pete Seeger, maar bekend geworden door de Byrds: “To every thing (turn, turn, turn) there is a season (turn, turn, turn), and a time to every purpose under the heaven.” Denk er even het pianospel en de zang van Wiebe Kaspers bij en daar tussendoor en bovenuit de viool van Isabelle Doodhagen en ziedaar mijn kippenvel. Er is gelukkig een opname van gemaakt.

© Jelle van der Meulen